Aangeboren hartafwijking

Wat is een aangeboren hartafwijking?

Ongeveer 8 op elke 1000 baby's komt ter wereld met een of andere hartafwijking. De ontwikkeling van het hart begint al vroeg bij de foetus en is tegen de vierde maand van de zwangerschap compleet. Wanneer in deze kwetsbare periode iets fout gaat is een afwijking het resultaat.

Een afwijking zorgt er meestal voor dat het bloed niet langs de normale weg stroomt, en dan soms niet langs de longen komt, waar de zuurstoftoevoer plaatsvindt.

Bekend is bijvoorbeeld dat een infectie van de moeder met rode hond gedurende deze tijd een groot risico op een dergelijke afwijking geeft. In de meeste gevallen is echter niet duidelijk wat precies de afwijking heeft veroorzaakt. Aangeboren afwijkingen van het hart zijn bijvoorbeeld een abnormale ontwikkeling van de wanden of kleppen of van de aan- of afvoerende bloedvaten.

Soms is bij de geboorte een blauwe kleur van de baby een aanwijzing dat het hart niet goed werkt en te veel zuurstofarm bloed door het lichaam wordt gepompt. Een lichte hartinsufficiëntie wordt soms opgemerkt als de baby het zuigen vermoeiend vindt. Het gevolg is dan dat de baby beneden zijn gewicht blijft en korter dan normaal huilt. De ademhaling kan bij de meer ernstige gevallen ook snel en moeizaam zijn. Kinderen met een aangeboren hartafwijking komen vaak al bij geringe krachtsinspanningen adem te kort. Hierdoor zal hun lichamelijke ontwikkeling ook verstoord raken.

Veel hartafwijkingen kunnen operatief worden hersteld. Het moment waarop kan worden geopereerd hangt af van de aard, symptomen en ernst van de afwijking.