Basaalcelcarcinoom (Basalioom)

Wat is een basaalcelcarcinoom?

Een basaalcelcarcinoom (BCC) is een vorm van huidkanker die ontstaat in de onderste cellen van de bovenste huidlaag. Het grootste deel van alle huidkankerpatiënten heeft een basaalcelcarcinoom. Meestal ontwikkelt deze vorm van huidkanker zich op het gezicht of het hoofd.

Een basaalcelcarcinoom groeit erg langzaam, zaait (vrijwel) nooit uit en is daarom zelden levensbedreigend. Om te voorkomen dat het basaalcelcarcinoom doorgroeit naar andere belangrijke omliggende weefsels is het wel erg belangrijk om deze huidtumor op tijd te behandelen.

Overlevingskansen

De vooruitzichten op genezing bij basaalcelcarcinomen zijn goed. Dit komt doordat deze huidkankervorm nauwelijks uitzaait, waardoor er ook weinig mensen aan overlijden. Het behandelen van een basaalcelcarcinoom is wel erg belangrijk. Een basaalcelcarcinoom geneest niet vanzelf en kan omliggend weefsels aantasten.
In dertig procent van de gevallen ontwikkelt iemand met een basaalcelcarcinoom binnen vijf jaar nog een of meerdere basaalcelcarcinomen. Ook het risico op het ontwikkelen van andere vormen van huidkanker is hoger.

Belangrijkste oorzaak van een basaalcelcarcinoom is vaak en lang in de zon zitten, net als bij andere vormen van huidkanker zoals het plaveiselcelcarcinoom en melanoom. Vooral mensen die op jonge leeftijd langdurig aan UV-straling (van de zon, maar ook van zonne-apparatuur) zijn blootgesteld, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van een basaalcelcarcinoom.

Ook een lichte huid verhoogt het risico op deze huidtumor. Een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld door afweeronderdrukkende medicijnen of ziekte vergroot tevens het risico op het ontwikkelen van een basaalcelcarcinoom.

Er zijn verschillende vormen van het basaalcelcarcinoom, met ieder zijn eigen kenmerken en symptomen. Alle vormen hebben de volgende kenmerken met elkaar gemeen:

• Meestal begint een basaalcelcarcinoom met een langzaam groeiend glad glazig knobbeltje op je huid.
• Dit knobbeltje wordt langzaamaan groter.
• In het midden ontstaat vaak een klein korstje of zweertje, dat al bloedt als je het licht aanraakt. Soms kan er ook een niet-genezend wondje ontstaan.
• Meestal zijn basaalcelcarcinomen niet jeukend of pijnlijk.
• Op je borst ziet een basaalcelcarcinoom er iets anders uit. Het is dan meer een eczeemplekje, al jeukt het niet. Zalf tegen eczeem werkt niet. Dit plekje groeit langzaam door en geeft weinig klachten, maar dat maakt behandelen niet minder noodzakelijk.

De dermatoloog kan met het blote oog zien of je een basaalcelcarcinoom hebt of dat het om een onschuldig bultje gaat. Zekerheid over het soort basaalcelcarcinoom krijgt hij met een weefselonderzoek. Onder plaatselijke verdoving snijdt de dermatoloog dan het verdachte stukje huid in zijn geheel weg dat onderzocht wordt in het laboratorium. Daar wordt bepaald of het basaalcelcarcinoom is en welke soort basaalcelcarcinoom.

Bij een basaalcelcarcinoom vormt de diagnose het begin van de behandeling, omdat de dermatoloog de tumor dan in zijn geheel of gedeeltelijk wegneemt. De uitslag van het weefselonderzoek bepaalt de vervolgbehandeling. Aan de hand van de vorm, positie, grootte en de soort tumor, kijkt de dermatoloog welke behandelmethode de minste kans op een hernieuwde groei van de tumor geeft. Ook het uiteindelijke cosmetische resultaat neemt hij mee in deze beslissing. De dermatoloog bespreekt met jou welke behandeling de voorkeur heeft. Mogelijke behandelingen zijn:

• Tweede operatie. Dit is meestal nodig als uit het weefselonderzoek blijkt dat de tumor niet helemaal verwijderd is. Tijdens de tweede operatie snijdt de dermatoloog de rest van de tumor extra ruim uit.
• Bestraling. Dit wordt vooral gedaan bij tumoren in het gezicht en rond of op het oor. Het is namelijk zeer lastig om daar een tumor goed weg te snijden.
• Lokale chemotherapie
• Fotodynamische therapie. Vooral geschikt voor oppervlakkige vormen van een basaalcelcarcinoom. De tumor moet je dan voorbehandelen met zalf, daarna krijg je een lichttherapie, waardoor het tumorweefsel afsterft.
• Bevriezing. Eerst wordt de tumor bevroren, daarna weggeschraapt.
• Wegbranden (ook wel coagulatie). Gebeurt alleen bij basaalcelcarcinomen met een laag risico die niet in het gezicht voorkomen.
• Immunotherapie. Geldt alleen voor oppervlakke basaalcelcarcinomen. Een crème die het immuunsysteem prikkelt, waardoor het lichaam met eigen middelen de basaalcelcarcinoom opruimen. Gebruiken volgens voorschrift van de arts.
• Chemotherapie (lokaal). Deze zalf heeft een iets andere samenstelling dan bovengenoemde crème, maar werkt hetzelfde: oppervlakkige tumoren kunnen ermee behandeld worden. De crème bevat stoffen die de celdeling remmen en cellen doden. Gebruiken volgens voorschrift van de arts.

Heb je ooit een basaalcelcarcinoom gehad? Dan is het belangrijk om regelmatig je huid en het achtergebleven litteken te controleren op oneffenheden. Doe dit eens per één tot drie maanden. Niet vaker, anders vallen afwijkingen niet op. Tijdens de zelfcontrole kun je het beste letten op:

• Huidveranderingen in de omgeving van het operatie- of bestralingslitteken
• Het ontstaan van nieuwe bultjes