Osteoporose (Botontkalking)

Wat is osteoporose?

In het kort:

  • Bij osteoporose worden je botten brozer, dit wordt ook wel botontkalking genoemd.
  • Botontkalking komt vaker bij vrouwen voor dan bij mannen.
  • Vanaf je 35e breekt je lichaam langzaam meer bot af dan dat het aanmaakt. Verschillende factoren kunnen de botontkalking versnellen, zoals: de overgang, te weinig lichaamsbeweging, tekort aan calcium en/of vitamine D
  • Osteoporose geeft zelf geen klachten. Wel is er een hoger risico om een bot te breken.
  • De diagnose osteoporose wordt gesteld door middel van een speciale röntgenfoto die de dichtheid van je botten meet.
  • Bij ernstige botontkalking kan je arts verschillende medicijnen voorschrijven.
  • Wanneer er sprake is van een verhoogd risico op osteoporose, kan de arts een preventief medicijn geven.

Over osteoporose

Botontkalking is het brozer worden van je botten. Het wordt ook wel osteoporose genoemd. De aandoening komt vooral op latere leeftijd voor en komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Eén op de drie vrouwen boven de 60 jaar heeft last van botontkalking. Bij mannen boven de 60 is dit één op de zeven. Osteoporose is niet hetzelfde als artrose. Artrose is een reumatische aandoening waarbij het kraakbeen in het gewricht slijt.

Je lichaam gaat vanaf je 35ste langzaam meer bot afbreken dan er aangemaakt wordt. Hierdoor ontstaat botontkalking. Er zijn een aantal factoren bekend die de kans op het krijgen van botontkalking vergroten:

  • Bij vrouwen: de overgang. Na de overgang maakt het lichaam minder vrouwelijke hormonen aan. Deze hormonen zorgen er juist voor dat de afbraak van botten geremd wordt. Na de overgang breekt je lichaam de botten dus sneller af, waardoor ze brozer worden. Met name wanneer je voor je 45ste in de overgang bent gekomen heb je een grotere kans op botontkalking.
  • Te weinig lichaamsbeweging. Bewegen stimuleert de aanmaak van botweefsel.
  • Tekort aan calcium. Calcium is een hoofdbestanddeel van botten. In zuivelproducten zit veel calcium.
  • Tekort aan vitamine D. Vitamine D is nodig om calcium uit je bloed op te nemen en in de botten te bouwen. Daglicht zorgt ervoor dat je lichaam vitamine D aan gaat maken.
  • Roken en overmatig alcohol drinken
  • Bepaalde geneesmiddelen. Van corticosteroïden (dit zijn sterke ontstekingsremmers, zoals prednison) en schildklierhormoon is bekend dat zij de balans tussen botaanmaak en botafbraak verstoren.
  • Bepaalde aandoeningen. Van verschillende maag-, darm- en schildklieraandoeningen is bekend dat ze de kans op botontkalking verhogen. Ook wanneer je op jongere leeftijd een eetstoornis hebt gehad, kun je op latere leeftijd botonkalking krijgen omdat door de ondervoeding je botten een tijdje niet zijn opgebouwd.

Botontkalking op zichzelf geeft geen klachten. Wel loop je een hoger risico om een bot te breken, bijvoorbeeld bij een val. Vooral polsbreuken en een gebroken heup komen vaak voor bij mensen met botontkalking. Ook kunnen de rugwervels gaan inzakken waardoor je kleiner wordt en krommer gaat lopen. Het gebeurt maar zelden dat je pijn hebt door botontkalking, maar ingezakte rugwervels kunnen soms wel pijnklachten of uitvalsverschijnselen geven.

Meestal wordt botontkalking pas ontdekt nadat je iets gebroken hebt. De diagnose kan alleen met zekerheid gesteld worden met behulp van een speciale röntgenfoto die de dichtheid (stevigheid) van je botten meet. Het is niet te zien op een normale röntgenfoto. Als je een verhoogd risico hebt op het krijgen van botontkalking kan je arts je ook preventief medicijnen geven.

Medicijnen

Je krijgt over het algemeen alleen medicijnen tegen botontkalking als de dichtheid van je botten sterk afgenomen is. Enkele medicijnen die je voorgeschreven kan krijgen zijn:

  • Deze voorkomen de afbraak van je botten door aan het calcium in de botten te binden. Bisfosfonaten kunnen maag- en slokdarmklachten als bijwerking hebben, daarom moet je ze met goed veel water innemen. Nadeel van dit medicijn is dat je twee uur voor tot twee uur na inname ervan geen calciumhoudende producten mag nemen.
  • Denosumab
  • Dit medicijn stimuleert de aanmaak van bot en remt de afbraak.
  • Deze medicijnen bootsen de werking van het vrouwelijke hormoon oestrogeen na. Ze zijn daarom alleen geschikt voor vrouwen. SERMs remmen de botafbraak, maar ze kunnen als bijwerking ook opvliegers veroorzaken.
  • Dit hormoon stimuleert de opname van calcium door je darmen en de aanmaak van nieuwe botcellen. Je krijgt dit medicijn alleen maar voorgeschreven als andere medicijnen niet helpen.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt zelf al veel dingen doen om de balans tussen botaanmaak en botafbraak te verbeteren. Daarnaast kun je ook maatregelen nemen om te voorkomen dat je valt en een botbreuk oploopt:

  • Eet of drink voldoende zuivel. Het advies is om vier porties zuivel per dag te nemen. Een portie zuivel is bijvoorbeeld een glas melk, een schaaltje yoghurt of een plak kaas.
  • Blijf in beweging. Bewegen stimuleert de botaanmaak. Daarnaast zorgt een actief leven er ook voor dat je reactiesnelheid en evenwicht op peil blijven waardoor je minder snel valt.
  • Kom regelmatig in daglicht. Daglicht stimuleert de aanmaak van vitamine D dat nodig is voor sterke botten. Iedere dag een kwartiertje zonlicht op een blanke huid is al genoeg. Als je om wat voor reden dan ook niet veel buiten kunt komen, een donkere huid hebt of als je een sluier draagt, kun je vitamine D-pillen gebruiken. Overleg dit met je huisarts.
  • Voorkom dat je valt. Over losliggende matjes, snoeren of andere rommel kun je gemakkelijk struikelen. Wees ook voorzichtig met gladde oppervlakken. Als je slecht ter been bent, kun je ook hulpmiddelen aanvragen.