Paralyse van Bell (Bell’s palsy of Bellse parese)

Wat is paralyse van Bell?

Paralyse van Bell is een verlamming van de spieren aan één helft van het gezicht. De gezichtsverlamming ontstaat door uitval van de facialis zenuw, de belangrijkste zenuw voor de beweging van gezichtsspieren.

Paralyse van Bell, ook wel Bell’s palsy of Bellse parese genoemd, kan op elke leeftijd, bij mannen en vrouwen en aan de linker- en rechterkant van het gezicht voorkomen.

 

Paralyse van Bell

Over hoe en waarom paralyse van Bell ontstaat bestaat veel onduidelijkheid. Paralyse van Bell heeft in de regel geen duidelijk aanwijsbare oorzaak. Onderliggende ziekten, zoals een tumor, schedelbasisfractuur of de ziekte van Lyme, moeten worden uitgesloten voordat je kunt spreken van een paralyse van Bell.

Er wordt vaak gedacht dat het te maken heeft met het herpes-simplex virus. Dit virus veroorzaakt een ontsteking in de aangezichtszenuw die leidt tot onder andere zwelling (oedeem) en druk op de zenuw. Als gevolg hiervan kan de aangezichtszenuw de spieren van het aangezicht niet meer goed aansturen. Ook andere virussen en bacteriën worden soms met de halfzijdige gezichtsverlamming in verband gebracht. Geen van deze verbanden is echter bewezen.

Paralyse van Bell ontstaat meestal vrij plotseling. Soms wordt de verlamming voorafgegaan door een dag of twee van pijn achter het oor. Ook kun je merken dat je smaaksensatie een beetje verandert en dat je geluiden harder hoort dan normaal.

De uitval van de aangezichtszenuw zorgt ervoor dat de spieren in één helft van het gezicht niet meer kunnen worden aangespannen. De ergste zwakte wordt meestal al binnen twee dagen bereikt. Je kunt de verlamming duidelijk zien doordat het gezicht een beetje scheef gaat hangen. De mondhoek gaat aan de aangedane kant naar beneden hangen, waardoor eten en spreken niet meer goed gaan en er speeksel uit de mond kan lopen. De rimpels in het voorhoofd verstrijken en het oog kan niet meer goed gesloten worden. Wanneer je probeert je oog te sluiten, dan zal je oog naar boven draaien waarbij het oogwit zichtbaar wordt. Dit wordt het fenomeen van Bell genoemd.

Wanneer er alleen zwakte is van de mondhoek, dan gaat het waarschijnlijk om een centrale facialis uitval, vaak ten gevolge van een beroerte. Centraal wil zeggen dat de schade aan de zenuw diep in de hersenen ligt. Het betreft dan geen perifere facialis uitval zoals de paralyse van Bell, waarbij de gehele gezichtshelft is aangedaan. Perifeer houdt in dat er de schade meer aan het uiteinde van de zenuw is.

De paralyse van Bell gaat bij de meeste mensen vanzelf weer weg. Vaak zijn de klachten binnen een aantal weken tot maanden geheel verdwenen, zonder behandeling. Bij ongeveer 20% van de patiënten gaan de klachten niet helemaal over en blijven er restverschijnselen bestaan. De kans op het blijven bestaan van klachten wordt groter naarmate je ouder wordt. Pas na ongeveer een jaar na het begin van de verlamming kan definitief beoordeeld worden in hoeverre er restverschijnselen zullen blijven bestaan.

eenduidige behandeling. In eerste instantie zal worden afgewacht of de klachten, zoals wordt verwacht, vanzelf overgaan. Soms worden dan wel al medicijnen gegeven om beschadiging van de zenuw tegen te gaan. De medicijnen bestaan uit een ontstekingsremmer (corticosteroïd) en een virusremmer. Het effect van deze medicatie op de zenuw is nog niet onomstotelijk bewezen.

Wat in ieder geval van belang is, is om het oog dat niet meer gesloten kan worden te beschermen tegen uitdroging. Dit kan door middel van oogdruppels of door het oog af te dekken met een zogenaamd horlogeglas.

Als de klachten na een maand of drie nog niet verdwenen zijn, zal er onderzoek gedaan worden om bepaalde oorzaken van de verlamming uit te sluiten. Zo kan een MRI-scan worden verricht om een hersentumor of schedelbasisfractuur uit te sluiten. Ook gordelroos, oorontsteking en de ziekte van Lyme moeten worden uitgesloten.

Als er toch nog restverschijnselen blijven bestaan, dan kan het aantrekkelijk zijn om ter behandeling een zogenaamde mimetherapie te volgen. Tijdens deze therapie wordt door oefening geprobeerd om een betere controle te krijgen over de gelaatsexpressie om zo de restverschijnselen te onderdrukken.