Rughernia

Wat is een rughernia?

Een rughernia ontstaat door een uitstulping van de tussenwervelschijf tussen twee ruggenwervels. Tussenwervelschijven zijn een soort kraakbeenringen waarin een geleiachtige kern zit. Ze bevorderen de bewegingsmogelijkheden in de ruggenwervel en dienen als schokdempers. Een hernia wordt ook wel hernia nuclei pulposi genoemd.

Beenzenuwen of het ruggenmerg kunnen bekneld raken door deze uitpuiling van de tussenwervels. Hierdoor ontstaat vaak pijn in de rug en in een been. Een rughernia doet geen pijn als er geen beknelling is.

Een hernia kan ook in de nek plaatsvinden. In dat geval is het een nekhernia.

Rughernia

Een rughernia kan op verschillende manieren ontstaan:

  • Door slijtage van een tussenwervelschijf. Dit is vaak de oorzaak op een oudere leeftijd.
  • Door overbelasting van een tussenwervelschijf. Hierdoor raken de schijven beschadigd en scheurt de geleiachtige kern uit de schijf. Dit leidt tot een uitstulping.

Slijtage van de tussenwervelschijven hoort bij het verouderingsproces. Er zijn verschillende factoren die je kans op een rughernia mogelijk vergroten:

  • Erfelijkheid
  • Zwaar lichamelijk werk
  • Stress
  • Roken
  • Te veel en te lang zitten (zoals vaak lang en vaak autorijden)
  • Slecht ontwikkelde spieren

Meestal geeft een hernia geen klachten. Als er wel pijnklachten zijn, worden deze veroorzaakt door een verdrukte zenuw. Symptomen die een rughernia kenmerken:

  • Pijn in de (onder)rug
  • Pijnuitstraling naar een been of beide benen, de voeten en/of de billen
  • Doof gevoel of tintelingen van de huid
  • Krachtverlies in spieren, bijvoorbeeld bij spieren in de teen

De meest voorkomende klachten van een rughernia zijn pijn in de onderrug en pijnuitstraling naar een been. Je hoeft niet altijd pijn in je rug te hebben. Bij hoesten, niezen en persen (bijvoorbeeld op de wc) kan de pijn verergeren. In sommige gevallen komen verlammingsverschijnselen en plasproblemen, zoals niet meer kunnen plassen of urine-incontinentie, voor. In dat geval moet je direct contact opnemen met je arts.

De diagnose rughernia wordt doorgaans gesteld door een vraaggesprek en lichamelijk onderzoek. Bij lichamelijk onderzoek kijkt de arts of de pijn toeneemt bij het uitvoeren van bepaalde bewegingen. Ook onderzoekt hij spierzwakte, gevoelsstoornissen en de beweeglijkheid van de rug. Normaal gesproken wordt er geen scan of röntgenfoto gemaakt, omdat de kans groot is dat de klachten vanzelf verdwijnen. De arts verwijst je door voor een MRI-scan of een CT-scan als er misschien een andere oorzaak van de pijn is of als hij een herniaoperatie overweegt. Ook als je veel krachtsverlies in je been hebt of erge pijn blijft houden met pijnstillers, verwijst de arts je soms door voor een scan.

Veel hernia’s gaan vanzelf over binnen twaalf weken. Hoewel je de neiging hebt om veel bedrust te nemen, werkt dit juist averechts. Hierdoor worden spieren slapper, gaat je conditie achteruit en is het lastig om weer actief te worden. Blijf daarom bij een rughernia juist in beweging, maar doe wel rustig aan. Vermijd bewegingen die pijnklachten geven.

Bij overbelasting door bepaalde houdingen op het werk kan een bedrijfsarts mogelijk uitkomst bieden. Je kunt problemen bespreken en je werkzaamheden daarop aanpassen wat de belasting wegneemt. Het is beter om (gedeeltelijk) te blijven werken dan helemaal niet naar je werk te gaan. Vraag bij veel pijn de huisarts om pijnstilling.

Oefeningen

Is een rughernia ontstaan door een verkeerde houding dan kan een fysiotherapeut je helpen om de juiste houding aan te leren. Fysiotherapie helpt je ook om op de juiste manier te bewegen en je spieren in conditie te houden. Door het uitvoeren van bepaalde oefeningen maak je bijvoorbeeld je spieren sterker.

Operatie

Als je klachten snel toenemen of niet (voldoende) zijn afgenomen na zes weken, kun je het beste naar je huisarts gaan. Deze kan beoordelen of je doorgestuurd moet worden naar een neuroloog of neurochirurg voor een eventuele operatie.

Er zijn vier manieren van opereren bij een hernia: de klassieke operatie, de endoscopische operatie, een microtube-operatie en lasercoagulatie. Uiteindelijk is het doel bij alle operaties om de beknelde zenuw weer vrij te krijgen door de tussenwervelschijf minder te laten uitsteken.

Na de operatie krijg je soms nog oefeningen van de fysiotherapeut. Hierdoor wordt je rug weer belastbaar en kan het herstel sneller gaan. Je kunt de belasting geleidelijk weer opvoeren, afhankelijk van je snelheid van je herstel.