Vetdiarree (Steatorroe)

Wat is vetdiarree?

Bij vetdiarree is de ontlasting vaak dun, plakkerig en vettig. Dat komt omdat er bij vetdiarree vaak te veel vet in de ontlasting zit. Daarnaast blijft deze meestal drijven, stinkt erger dan normaal, kleeft aan de wc-pot en is doorgaans lichter van kleur. Vetdiarree wordt ook wel steatorroe genoemd en is een vorm van malabsorptie. Er zijn twee soorten vetdiarree:

  • Idiopathische vetdiarree; is een opzichzelfstaande aandoening waarbij er geen lichamelijke aanwijzing is voor de vetdiarree.
  • Vetdiarree/steatorroe; is vetdiarree veroorzaakt door een verstoring of aandoening elders in het lichaam.

Als je last hebt van vetdiarree dan is er iets niet goed gegaan met de vetopname in de dunne darm. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zo kan vetdiarree komen door een probleem in de:

  • Lever
  • Alvleesklier
  • Galwegen

De vertering van vet gebeurt namelijk door leversappen en alvleessappen. Als van één van deze sappen onvoldoende wordt aangemaakt of wanneer deze hun weg niet kunnen vinden naar de dunne darm, door bijvoorbeeld galstenen, dan wordt het vet uit je voeding niet goed opgenomen door je lichaam. Het vet blijft dan in je darmen zitten waardoor vetdiarree ontstaat.

Vaker is een te snelle darmpassage de oorzaak van vetdiarree. Doordat voedsel te snel door de darmen gaat wordt het eten niet goed verteerd en is het lichaam niet in staat om alle voedingsstoffen uit de voeding te halen. Dit resulteert vaak in te dunne en vettige diarree. Vetdiarree door een te snelle darmpassage kan komen door:

  • Stress
  • Spanningen
  • Medicijngebruik
  • Te weinig lichaamsbeweging
  • Ander voedsel eten dan je gewend bent
  • Ander klimaat
  • Roken
  • (Veel) alcohol

Door bepaalde darmaandoeningen wordt de darmwand aangetast waardoor deze voedingsstoffen zoals vet niet goed meer opneemt. Voorbeelden van aandoeningen die onder andere soms vetdiarree veroorzaken zijn:

  • Glutenintolerantie/coeliakie
  • Ziekte van Crohn
  • Lactose-intolerantie

Bij vetdiarree heeft ontlasting meestal de volgende kenmerken:

  • Dun
  • Breiig
  • Ruikt meer dan normaal
  • Plakt meer aan de pot
  • Licht van kleur
  • Bevat stukjes onverteerd voedsel
  • Vettig
  • Blijft drijven
  • Winderigheid
  • Opgeblazen gevoel

Naast deze symptomen van vetdiarree hebben veel mensen ook last van andere aandoeningen zoals:

  • Geelzucht
  • Jeuk
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies
  • Vitaminegebrek
  • Vermoeidheid
  • Pijn in de buik

In de meeste gevallen gaat vetdiarree net als andere diarreevormen vanzelf weer over. Als de vetdiarree niet vanzelf over gaat dan is het verstandig om langs de huisarts te gaan. De huisarts begint met het uitvoeren van een ontlastingsonderzoek. Ze vragen je dan om een paar dagen achter elkaar wat ontlasting in te leveren. Vervolgens wordt de hoeveelheid aanwezige vet in de ontlasting in het laboratorium onderzocht. Omdat de meeste mensen naast vetdiarree ook nog last hebben van andere klachten, laat de huisarts ook nog vaak een bloedonderzoek doen om uit te wijzen of je last hebt van een vitamine- en voedingsstoffentekort.

Als uit het bloedonderzoek blijkt dat je een vitamine- en voedingsstoffentekort hebt, dan volgt er een darmonderzoek. Hiervoor word je doorverwezen naar het ziekenhuis. Afhankelijk van eventuele andere symptomen worden de lever, alvleesklier en de galwegen ook onderzocht.

Als de arts vermoedt dat de vetdiarree een gevolg is van een andere aandoening zoals lactose-intolerantie of coeliakie dan volgt er verder onderzoek.

De behandeling van vetdiarree is afhankelijk van de oorzaak. Omdat vetdiarree meestal het gevolg is van een andere aandoening, bestaat behandeling doorgaans uit het behandelen van de achterliggende aandoening. Zo zal bij de behandeling van galstenen de vetdiarree ook verdwijnen.

Indien er geen direct aanwijsbare oorzaak is voor vetdiarree, maar klachten toch aanhouden dan kan een diëtist wellicht verder helpen. Samen met een diëtist bepaal je dan welke voeding je het best wel of juist niet kunt eten om vetdiarree te voorkomen.

Ook na de diagnose lactose-intolerantie of coeliakie kan een diëtist verder helpen bij het opstellen van een voedingsschema waardoor klachten afnemen.

Het algemene advies geldt altijd: eet gezond, vezelrijk en gevarieerd.