Voorhoofdsholteontsteking

Wat is voorhoofdsholteontsteking?

In het kort:

  • Een voorhoofdsholteontsteking wordt meestal veroorzaakt door een virus, soms door een bacterie of allergie.
  • Vaak heb je eerst last van een verkoudheid.
  • Veelvoorkomende symptomen zijn een loopneus of verstopte neus, niezen, hoofdpijn, groengeel snot, vermoeidheid en soms koorts.
  • Meestal gaat een voorhoofdsholteontsteking vanzelf over.
  • Als je klachten langer dan twee weken aanhouden of je langer dan vijf dagen koorts hebt, is het goed om contact op te nemen met je huisarts.

Over een voorhoofdsholteontsteking

In je schedel zitten doorgaans acht met lucht gevulde holten. Deze holten worden de bijholten (sinussen) genoemd. De bijholten zitten in paren aan weerszijden van je schedel:

  • Deze zitten in je voorhoofd. Wanneer de voorhoofdsholten ontstoken raken, is er sprake van een voorhoofdsholteontsteking.
  • Deze zitten tussen je ogen.
  • Deze zitten achter je ogen.
  • Deze zitten onder je jukbeenderen, onder je ogen. Wanneer deze holten ontstoken raken, noemen we dit een kaakholteontsteking.

De bijholten zijn verbonden met de neus en de keel en bedekt met een slijmvlies. Wanneer het slijmvlies van een bijholte ontstoken raakt, is er sprake van een holteontsteking of bijholteontsteking. De medische term voor bijholteontsteking is sinusitis. Strikt gezien is een voorhoofdsholteontsteking (sinusitis frontalis) alleen een ontsteking in de voorhoofdsholten, maar in de volksmond wordt een ontsteking in iedere bijholte voorhoofdsholteontsteking genoemd. Een ‘echte’ voorhoofdsholteontsteking is zeldzaam. Meestal gaat het om de kaakholten die ontstoken zijn.

Pasgeborenen hebben geen sinussen en kunnen dus ook geen voorhoofdsholteontsteking hebben. Pas tussen het zesde en achtste jaar zijn er herkenbare frontale sinussen. Op volwassen leeftijd zijn alle sinussen volledig ontwikkeld. Eén tot vier procent van de mensen krijgt nooit voorhoofdsholten.

Meestal heb je voordat je voorhoofdsholteontsteking krijgt eerst last van een verkoudheid. Dit wordt meestal veroorzaakt door een virus, en soms door een bacterie of een allergie. Door je verkoudheid of door stoffen die een allergie opwekken (zoals pollen of huisstofmijt), gaat het slijmvlies veel slijm produceren en zwelt het slijmvlies op. Door het opzwellende slijmvlies kan de verbinding van de bijholten naar de keel dicht komen te zitten. De bijholten vullen zich dan met slijm. Hier kunnen ook virussen of bacteriën in zitten, die vervolgens een ontsteking veroorzaken. Roken kan de klachten verergeren.

Een voorhoofdsholteontsteking begint met de typische symptomen van een verkoudheid, hoewel deze symptomen vaak wel heftiger zijn dan bij een normale neusverkoudheid:

  • Loopneus of verstopte neus
  • Niezen
  • Hoesten
  • Keelpijn
  • Traanogen
  • Lichte hoofdpijn

Bij een voorhoofdsholteontsteking komen er na een paar dagen nog andere symptomen bij:

  • Hoofdpijn (soms zeer hevig) of een drukkend gevoel in de neus, op het voorhoofd en achter de ogen. Deze pijn wordt meestal erger als je voorover bukt.
  • Groengeel snot. In het slijm kunnen sporen van bloed en pus zitten. Dit zie je wanneer je je neus snuit.
  • Tijdelijk verlies van reukvermogen en smaak.
  • Pijn in de bovenkaak, tanden en kiezen, voornamelijk bij kauwen.
  • Slijm in de keel (postnasale drip)
  • Vermoeidheid en een algeheel ziek gevoel.
  • In sommige gevallen koorts.

Meestal gaat een voorhoofdsholteontsteking binnen tien dagen vanzelf over. Wel kun je daarna nog enkele weken lichte klachten blijven houden.

We spreken van een chronische voorhoofdsholteontsteking als deze langer dan acht weken aanhoudt of meer dan vier keer per jaar langer dan tien dagen per keer terugkomt. De oorzaak van een chronische voorhoofdsholteontsteking is soms moeilijk te achterhalen, waardoor behandelen lastig is. Vaak is de oorzaak van een chronische voorhoofdsholteontsteking een allergie. Ook mensen met COPD kunnen vaker last hebben van een chronische voorhoofdsholteontsteking. Soms is een operatie nodig om een chronische voorhoofdsholteontsteking te behandelen.

Het is meestal niet nodig een voorhoofdsholteontsteking te behandelen. Een voorhoofdsholteontsteking gaat vaak vanzelf over. Meestal zijn de klachten na zeven tot tien dagen alweer verdwenen. Een specifieke behandeling kan nodig zijn als bacteriën de ontsteking veroorzaken. Je kunt het beste naar je huisarts gaan als je:

  • Langer dan twee weken klachten hebt.
  • Langer dan vijf dagen koorts hebt of de koorts plotseling terugkeert na een aantal koortsvrije dagen.
  • Zo ziek bent dat je niets meer kan doen.

Wanneer je klachten – ondanks de behandeling van de huisarts – langer aanhouden dan zes weken, dan heb je een chronische neusbijholteontsteking. Je kunt dan doorverwezen worden naar de Keel-Neus-Oorarts (ook wel KNO-arts).

Antibiotica

Voorhoofdsholteontsteking bestrijden met antibiotica is niet nodig bij beginnende klachten. Bij ernstige, aanhoudende klachten kan antibiotica soms nodig zijn. Dit helpt alleen wanneer de voorhoofdsholteontsteking veroorzaakt wordt door een bacterie. Dit is in driekwart van de gevallen. Huisartsen zijn terughoudend met het geven van antibiotica, omdat het lichaam de bacterie meestal ook zelf goed kan bestrijden. Bij een chronische voorhoofdsholteontsteking helpt een korte antibioticakuur meestal onvoldoende, daarom kiest een arts soms voor antibiotica gedurende meerdere weken.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt zelf een aantal dingen doen om de klachten te verlichten of het herstel wat te versnellen. Het is belangrijk om de druk in de voorhoofdsholte te verminderen. Dit kan door het overtollige slijm af te voeren en de zwelling van de neusslijmvliezen tegen te gaan. Middelen die hieraan kunnen bijdragen, zijn:

  • Gebruik bij stomen alleen maar water. Toevoegen van kamille of menthol prikkelt de toch al geïrriteerde slijmvliezen alleen maar meer. Stomen kan helpen het slijm iets te verdunnen en verlicht zo de klachten. Stomen bevordert het herstel niet. Pas op met kleine kinderen, er kunnen bij omvallen van het hete water ernstige brandwonden ontstaan.
  • Spoelen, druppelen of sprayen met een zoutoplossing. Een afgestreken theelepel keukenzout in een glas water is de juiste hoeveelheid. Neusspoelen of -druppelen met zout water houdt de ‘inwendige neus’ schoon en voorkomt korstjes en infecties. Zo draagt dit bij aan het herstel. Speciale neusdouches of spuitjes zijn verkrijgbaar bij de drogist of apotheek.
  • Bij kleine kinderen wordt aangeraden voorbereide zoutoplossingen te gebruiken.
  • Druppelen of sprayen met xylometazoline. Xylometazoline vermindert zwelling van de slijmvliezen. Bij de drogist of apotheek zijn speciale druppels en sprays te verkrijgen die je kunt gebruiken. Deze verminderen klachten en versnellen het herstel. Je mag ze niet langer dan een week gebruiken.
  • Tegen de pijn kun je een paracetamol nemen. Paracetamol vermindert tijdelijk de pijn, maar bevordert niet het herstel. Een sterkere pijnstiller is meestal niet nodig en verhoogt bovendien de kans op bijwerkingen. Mocht een paracetamol te weinig resultaat geven, dan kun je overstappen op bijvoorbeeld ibuprofen of diclofenac.