Onvruchtbaarheid

Wat is onvruchtbaarheid?

Onvruchtbaarheid betekent het onvermogen om je voort te kunnen planten. Als je onvruchtbaar bent, dan kun je niet op de natuurlijk wijze zwanger worden en kinderen krijgen. Onvruchtbaarheid wordt ook wel infertiliteit genoemd. Wanneer een koppel met kinderwens langer dan een jaar gericht zwanger probeert te worden zonder resultaat, dan spreek je van verminderde vruchtbaarheid. Van het uitblijven van resultaat wordt ook gesproken als er een miskraam is. Dit wordt ook wel subfertiliteit genoemd. Pas wanneer na uitgebreid onderzoek is vastgesteld dat het voor één of beide partners onmogelijk is om op de natuurlijke manier kinderen te krijgen, dan spreek je van onvruchtbaarheid. De kans op zwangerschap ligt gemiddeld rond de 15% per menstruele cyclus van de vrouw.

Verminderde vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid kan allerlei verschillende oorzaken hebben. Bij 30% van de koppels ligt de oorzaak bij de man, bij 30% bij de vrouw en bij 30% bij de combinatie van beide partners. In de overige gevallen wordt geen oorzaak gevonden, er is dan sprake van onbegrepen onvruchtbaarheid.

Oorzaken onvruchtbaarheid bij de man

Onvruchtbaarheid bij de man wordt veroorzaakt door een verminderde kwaliteit van zijn zaadcellen. De zaadcellen, ofwel spermacellen, van een man worden continu met miljoenen tegelijk aangemaakt en bewaard in de zaadballen. Om een eicel te kunnen bevruchten, moeten de zaadcellen aan bepaalde voorwaarden voldoen:

  • Er moeten genoeg zaadcellen aanwezig zijn
  • De zaadcellen moeten een normale vorm en structuur hebben
  • De zaadcellen moeten zich goed kunnen voortbewegen

Wanneer de zaadcellen niet voldoen aan één of meer van deze eisen, wordt de vruchtbaarheid van de man al minder.

De kwaliteit van de zaadcellen kan verminderd zijn door genetische oorzaken bij de man. Je kunt bijvoorbeeld denken aan het niet functioneren van de zaadballen of een afsluiting van de zaadleiders. Vaak wordt de kwaliteit van het zaad echter verminderd door schadelijke invloeden van buitenaf. Roken, alcohol, drugs en medicijnen kunnen schade aan de zaadcellen toebrengen. Ook een te hoge temperatuur veroorzaakt schade, bijvoorbeeld tijdens een periode van koorts. Langdurige deelname aan het verkeer, bijvoorbeeld door vrachtwagenchauffeurs, zorgt ook voor een te hoge temperatuur in de zaadballen waardoor de kwaliteit van het sperma omlaag kan gaan. Een andere beroepsgerelateerde oorzaak van slecht zaad is langdurige blootstelling aan schadelijke stoffen en chemicaliën zoals zware metalen en verf. Tevens kunnen bepaalde ziekten en medische behandelingen slecht zijn voor de zaadcellen, zoals het hebben doorgemaakt van de bof en het hebben ondergaan van chemotherapie of bestraling.

Oorzaken

Mogelijke oorzaken van onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw lopen verder uiteen dan bij de man. Bij een vrouw moet in de eierstok een goede eicel rijpen, die via de eileider naar de baarmoeder vervoerd moet kunnen worden. De baarmoeder moet toegankelijk zijn voor een zaadcel, voldoende opbouw van baarmoederslijmvlies hebben om een innesteling mogelijk te maken en er moet voldoende ruimte zijn voor een foetus om te groeien. Tevens moet de hormoonhuishouding van de vrouw in staat zijn om een zwangerschap in stand te houden. De oorzaak van verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw kan dus op verschillende niveaus liggen:

  • Het ontbreken van eierstokken of baarmoeder, bijvoorbeeld bij aangeboren afwijkingen als Turner syndroom of androgeenongevoeligheidssyndroom.
  • Stoornissen in de menstruele cyclus waardoor er geen eisprong plaatsvindt, bijvoorbeeld bij polycysteus ovarium syndroom, een vervroegde overgang of bij ernstig onder- of overgewicht.
  • Verklevingen in de eileiders, bijvoorbeeld na een doorgemaakte chlamydia-infectie.
  • Verklevingen in de baarmoeder, bijvoorbeeld na een operatie of abortus.
  • Afwijking aan de baarmoeder, bijvoorbeeld een vormafwijking, endometriose of de aanwezigheid van vleesbomen.
  • Moeilijk doordringbaar baarmoederhalsslijm waardoor de zaadcel de eicel niet kan bereiken.
  • Eén van de belangrijkste oorzaken van onvruchtbaarheid bij de vrouw is een te hoge leeftijd. Een vrouw wordt geboren met een bepaalde hoeveelheid eicellen die gedurende het leven steeds kleiner wordt. Naarmate je ouder wordt, heb je steeds minder kans op een zwangerschap en steeds meer kans op complicaties zoals een miskraam of een aangeboren afwijking bij het kind.

Onvruchtbaarheid komt meestal pas aan het licht, wanneer je zwanger probeert te worden. Een verminderde kwaliteit van zaadcellen bij de man geeft in het dagelijks leven geen klachten. Vrouwen kunnen wel klachten hebben van de onderliggende oorzaak van de onvruchtbaarheid. Zo kunnen zij afwijkende menstruatiepatronen ervaren bij afwijkingen van de eisprong of hormoonhuishouding en geeft een onderliggende aandoening als endometriose pijnklachten.

Wanneer het na een jaar nog niet lukt om zwanger te worden, is het verstandig om eens naar je huisarts te gaan. De huisarts bespreekt eventuele nadelige leefstijlfactoren en kan een aantal onderzoekjes verrichten om de oorzaak van de vruchtbaarheidsproblemen op te sporen. Dit wordt het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO) genoemd. De vruchtbaarheidstest voor de man bestaat uit het onderzoeken van de kwaliteit van de zaadcellen. De vruchtbaarheidstest van de vrouw begint met het bijhouden van een zogenaamde basale temperatuurcurve. Hierbij meet je elke ochtend je lichaamstemperatuur op. Je ziet dan dat je temperatuur rondom je eisprong net wat hoger ligt dan anders. Tevens kan een echo van je baarmoeder en eierstokken worden gemaakt. Eventueel kan bloed- en of urineonderzoek worden verricht, hierbij wordt ook onder andere gekeken naar eventuele de aanwezigheid van eventuele SOA.

Als de huisarts geen oorzaak kan vinden, kun je worden doorverwezen naar een gynaecoloog die is gespecialiseerd in vruchtbaarheidsproblematiek. Er kunnen dan nadere onderzoeken worden gedaan, zoals het maken van een foto van de baarmoeder en eileiders nadat er vloeistof in is gespoten (hysterosalpingogram), hormonaal onderzoek en een onderzoek naar de doorgankelijkheid van het baarmoederhalsslijm.

De behandeling van onvruchtbaarheid richt zich op de oorzaak ervan. Soms bieden veranderingen van de leefstijl uitkomst, zoals afvallen of het stoppen met roken. Het is handig om de geslachtsgemeenschap te plannen in de periode van de maand wanneer je vruchtbaar bent. Zaadcellen overleven ongeveer drie dagen en een eicel ongeveer één dag. Je meest 'vruchtbare dagen' zijn dus de twee dagen voor je eisprong en uiteraard de dag van je eisprong zelf. Je eisprong vindt elke cyclus veertien dagen voor de eerste dag van je menstruatie plaats en kan met behulp van de basale temperatuurcurve enigszins worden gevolgd.

Sommige onderliggende aandoeningen bij de vrouw kunnen met behulp van hormoontherapie behandeld worden, om de zwangerschapskans te vergroten. In enkele gevallen kan een operatie nodig zijn.

Vruchtbaarheidsbehandelingen

Soms is er geen behandeling mogelijk, er is dan dus echt sprake van onvruchtbaarheid. Er bestaan verschillende technieken om in dergelijke gevallen een kunstmatige zwangerschap tot stand te brengen. De belangrijkste manieren hiervoor zijn intra-uteriene inseminatie (IUI), in vitro fertilisatie (IVF) en intracytoplasmatische sperma injectie (ICSI). Dit zijn vaak langdurige en intensieve behandeltrajecten.

IUI

Bij IUI wordt sperma met behulp van een dun slangetje direct in de baarmoeder ingespoten. Je voelt hier weinig van en het sperma gaat verder gewoon via de natuurlijke weg richting de eicel. IUI wordt toegepast wanneer:

  • Er sprake is van een minder goede zaadkwaliteit
  • Het slijm van de baarmoedermond moeilijk doorgankelijk is
  • Er gebruik wordt gemaakt van donorzaad

IVF

Bij IVF wordt eerst een eicel uit je eierstok gehaald, dit noem je een eicelpunctie. Vervolgens wordt deze in een glazen schaaltje samengebracht met het sperma. Wanneer de bevruchting heeft plaatsgevonden (dit is te zien onder de microscoop) wordt het vruchtje (maximaal twee) teruggeplaatst in de baarmoeder. Hier zal het zelf moeten innestelen. IVF wordt toegepast wanneer:

  • Er sprake is van een slechte zaadkwaliteit
  • De eileiders ondoorgankelijk zijn
  • De oorzaak van de onvruchtbaarheid niet bekend is

ICSI

Bij ICSI wordt ook een eicelpunctie gedaan. De eicel wordt aangeprikt met een naald en via de naald wordt een spermacel in de eicel gebracht. Vervolgens wordt onder de microscoop gekeken of de bevruchting daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Hierna kan het vruchtje, net als bij IVF, weer in de baarmoeder worden geplaatst. Deze techniek wordt alleen gebruikt als de zaadkwaliteit zeer slecht is, dus wanneer de zaadcellen echt niet zelf de eicel kunnen bevruchten.